Lucia van Vugt – sopraan 

  Tjalling Roosjen – orgel en spinet                 

                         

 

Werken van Georg Böhm  (1661-1733)

 1.  Praeludium, Fuga en Postludium in g

 

2.  Wie schlaft ihr noch

 

3.  Suite in F

     (allemande – courante – sarabande – double – gigue)

 

4.  Ihr Töchter Zion, gehet her

 

5.  Allein Gott in der Höh sei Ehr

 

6   Nun will ich mich zu Bette legen

 

7   Suite in f

     (allemande – courante – sarabande)

 

8   Bringet meinen Herrn zur Ruh 

 

9   Vater unser im Himmelreich à 2 Clav. et Pedal

 

10 Was bringt Jesus aus dem Grabe? 

 

 

zang     2,4,6,8,10

spinet   3,7

orgel     1,5,9

 

 

 

Programmatoelichting

 

Dit programma is een hommage aan het leven van  Jean Telder (1937-2013), de kerkmusicus die in Utrecht, Hilversum, Den Dolder en Amersfoort gewerkt heeft. Ook voor De Open Hof heeft hij veel betekend: hij was betrokken bij de verbouwing van de kerkzaal in 1994, dirigeerde sinds 1995 de Vespers, ontwierp de dispositie (registersamenstelling) van het huidige orgel,  tekende het frontontwerp en begeleidde als orgelbouwkundig adviseur in 1997 de opbouw. Hij werkte veel samen met de musici van deze middag en speelde zelf ook graag en veel werken uit de Noordduitse Barok, waaronder werk van Böhm. Het spinet maakte hij in 1986 uit een bouwpakket voor mevrouw Nely Willemse te Blaricum.

Georg Böhm werd aanvankelijk opgeleid door zijn vader en na diens dood, in de tijd dat Böhm de Lateinschule en het Gymnasium bezocht, zal hij ongetwijfeld verder muziekonderwijs genoten hebben, maar onbekend is bij wie dit was. In 1693 vestigt Böhm zich in Hamburg en vervolgt hij zijn lessen bij Johann Adamsz. Reinken, die bekend stond om zijn omvangrijke geïmproviseerde koraalfantasieën. Reinken zelf had onderricht gehad van Heinrich Scheidemann, die op zijn beurt weer in Amsterdam door Jan Pieterszoon Sweelinck opgeleid was.

In 1697 wordt Böhm organist van de Johanniskirche in Lüneburg, een post die hij tot zijn dood bekleed heeft. Het is niet bekend of de jonge Johann Sebastian Bach, die in Lüneburg onderwijs genoot, orgelles genoten heeft bij Böhm. Sinds kort is bekend dat Bach ten huize van Böhm een afschrift gemaakt heeft van werk van Reinken.

De orgelwerken van Böhm genieten meer bekendheid dan de klavecimbelwerken en liederen. Het openingswerk (1) klinkt zowel op orgel als klavecimbel overtuigend. In de Fuga is overduidelijk te horen dat Böhm veel weet had van de Franse barok.

Van de twee suites op spinet staat de Suite in F (3) dicht bij het werk van Dietrich Buxtehude. Het laatste deel van de Suite in f (7) wordt één octaaf lager gespeeld, om de rijke bastonen van het spinet te laten horen. Het instrument is gebouwd ‘naar Goujon’, een Franse klavecimbelbouwer die zijn spinetten voorzag van extra bastonen tot en met Contra-F, het zgn. ‘Ravelement’.

De geestelijke liederen van Böhm zijn juweeltjes van liedkunst en worden tot op heden zelden uitgevoerd. Gezongen wordt uit de editie Denkmaler der Tonkunst, deel 45 (1911).