Concert 25 juli 2010

Tjalling Roosjen en Mirjam Feijer

 

Werken van Johann Sebastian Bach                                     (1685-1750)

 

 I . Preludium en Fuga in a (ca. 1720)                                          BWV 895

 II. uit : Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, 1725

     1.    Wie wohl ist mir, o Freund der Seelen                             BWV 517

2.    O Ewigkeit, du Donnerwort                                              BWV 513

3.    Choral : Wer nur den lieben Gott lässt walten (orgel)       BWV 691

4.    Warum betrübst du dich                                                   BWV 516

5.    Menuet (orgel)                                                                  BWV Anhang 116

6.    Schaff’s mit mir, Gott                                                       BWV 514

 

III. Fantasie ‘duobus subiectis’ (1710)                                          BWV 917

 

IV. uit : Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, 1725

7.    Dir, dir, Jehova, will ich singen                                         BWV 299

8.    Gib dich zufrieden                                                            BWV 511

9.    Polonaise (orgel)                                                           .  BWV Anhang 119

10. Aria: Gedenke doch, mein Geist                                       BWV 509

11. Menuet (orgel)                                                                  .BWV Anhang 114

12. Rezitativ: Ich habe genug - Arie: Schlummert ein            . BWV 82

 

 V. Fuga in C                                                                             .   BWV 946

 

 VI. uit : Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, 1725

     13. So oft ich meine Tobackspfeife (orgel)                             BWV 515

14. So oft ich meine Tobackspfeife                                         BWV 515a             

15. Aria (orgel)                                                                         BWV 988

16. Bist du bei mir                                                                    BWV 508

17. Polonaise (orgel)                                                               BWV Anhang 117a

18. Willst du dein Herz mir schenken                                       BWV 518

 

stukje partituur van de hand van Bach

 

PROGRAMMATOELICHTING

 

Dit jaar op 22 februari j.l., was het 250 jaar geleden dat Anna Magdalena Bach in 1760 overleed in Leipzig, tien jaar na de dood van Johann Sebastian. Zij werd geboren in Zeitz in Sachsen op 22 september 1701 in een muzikale familie. In  1721 trouwde zij met Bach, anderhalf jaar na de dood van diens eerste vrouw Maria Barbara.

Er zijn geen bronnnen die getuigen van Anna´s ontwikkeling als zangeres, maar vaststaat dat zij regelmatig optrad samen met Bach tijdens diens verblijf in Köthen (1717-1723). Ook is er weinig bekend over hun privé-leven; persoonlijke brieven en geschriften zijn niet voorhanden. Slechts enkele brieven van een algemeen karakter zijn bewaard, zoals orgelbeoordelingen, aanbevelingen voor leerlingen en kwitanties. Bachs liefdevolle relatie met zijn tweede vrouw is weerspiegeld in de twee ‘Clavier-Büchlein’, die hij in 1722 en 1725 aan haar opdroeg. Het innige liefdeslied ‘Willst du dein Herz mir schenken’ spreekt in deze boekdelen.

Na de aanstelling van Bach in Leipzig  in 1723 bleef Anna Magdalena haar zangcarrière op een beperkte schaal voortzetten, met het Collegium Musicum, bij huisconcerten of op reis met Bach. Niet onwaarschijnlijk  is het dat voor een dergelijke reis was, dat zij het recitatief en de aria ‘Ich habe genug/Schlummert ein´ in sopraanligging een grote terts hoger noteerde dan in de originele versie voor bassolo. In de tweestemmige instrumentale versie van de  aria ‘So oft ich meine Tobackspfeife” wilde Bach vooral aantonen hoe onder de melodie ‘de middenstemmen en de bas een natuurlijk beloop hebben.’

Bach zelf had in zijn jeugd in Ohrdruf een vergelijkbaar Clavierbüchlein gekregen, het ‘Andreas Bach-Buch’, toen als jonge wees bij zijn broer Christoph woonde. Zo maakte hij kennis met ondermeer de muziek van Georg Böhm (1661-1733), welke hij in Lüneburg ging opzoeken toen hij in deze stad verbleef om onderwijs te volgen.

Anna Magdalena was de spil in huis, niet alleen echtgenote en moeder van veel kinderen, maar ook collega en assistente bij het uitschrijven van partijen, dit tezamen met de oudere kinderen uit Bachs eerste huwelijk. Het getuigenis van Bachs waardering van deze huiselijke sfeer lezen we in een brief aan zijn vriend Erdmann in 1730: ‘Zij zijn allen geboren musici en ik verzeker u dat ik met mijn gezin zowel vocaal als instrumentaal een ensemble kan samenstellen, vooral omdat mijn huidige vrouw een mooie, heldere sopraan heeft en ook mijn oudste dochter aardig kan volgen.’

De musicoloog Yo Tomita toonde in het fraaie artikel ‘Anna Magdalena as Bach´s copyist’ (http://www.bachnetwork.co.uk/ub2/tomita.pdf) aan dat het handschrift van Anna Magdalena enerzijds steeds meer op dat van Bach zelf ging lijken, maar anderzijds aangenomen mag worden dat haar afschriften eerder voor huiselijk gebruik en studiedoeleinden waren en kopieën waren van al bestaande afschriften. Het waren eerder Bachs oudste zonen die hun vader met regelmaat bijstonden in de productie van de partijen voor de cantates.

kaft Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach