concert 26 juli 2009

 

Jan Jansen – orgel

 Maarten Jansen - cello

 

Werken van Johann Sebastian Bach (1685 – 28 juli 1750)

 

Suite over het koraal ‘Allein Gott in der Höh' sei Ehr’

-   Trio Manualiter BWV 717

-   Bicinium  BWV 711

-   Cantus Firmus im Tenor (uit: Achtzehn Choräle) BWV 663

-   Trio à 2 clav. e pedale  (uit:Dritter Teil der Clavier-Übung) BWV 676

-   Pro Organo Pleno BWV 715

2. Suite in G [cello solo] BWV 1007

-  Prelude

-  Allemande

-  Courante

-  Sarabande

- Menuet I en II

- Gigue

3. Sonate in C [orgel] BWV 529

- Allegro

- Largo

- Allegro

4. Sonate in D [cello en orgel] BWV 1028

 

-  Adagio

-   Allegro

-   Andante

-   Allegro

 

 

TOELICHTING ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’

 

In het Conpendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de Kerken lezen we bij gezang 254, vertaald ‘God in den hoog’ alleen zij eer’, dat het lied geschreven werd door Nikolaus Decius. Hij was theoloog en werd door Maarten Luther in 1524 naar Stettin gezonden, om daar bij te dragen aan de definitieve reformatie van Pommeren. Decius schreef ook het bekende lied ‘O Lamm Gottes unschuldig’.

‘Allein Gott’is een strofische liedbewerking van het zogenaamde Groot-Gloria, dat van oudsher in de rooms-katholieke traditie haar plek had na het Kyrie. Het gebruik van het ‘Gloria in excelsis Deo’ in de eredienst is al heel vroeg vast te stellen, eerst als element in de Kerst-mis, vervolgens ook in de missen van de Paastijd, tenslotte als vast onderdeel van de zondagse liturgie. Deze traditie werd in veel reformatorische kerken in Nederland in de loop van de vorige eeuw heringevoerd, mede onder invloed van de Liturgische beweging en de toenemende belangstelling voor de kerkmuziek in de tweede helft van de twintigste eeuw.

In feite vinden wij in de tekst van Decius alleen in de eerste van de vier strofen verwijzingen naar de engelenzang in Lucas 2. De overige verzen bezingen de Drie-eenheid ‘Vader, Zoon en Heilige Geest’. De melodie heeft Decius samengesteld uit een gregoriaans Paas-Gloria en wel uit het antwoord van koor/gemeente op de intonatie door de priester, waarop men antwoordt met ‘et in terra pax’. Decius ‘leende’ deze gregoriaanse frase en zette hem over in een driedelig ritme.

Door Luther werd de ‘Deutsche Messe’ overgeleverd, een reeks liederen in de strofische liedvorm, indertijd in de eigen taal te gebruiken door de zingende gemeente om stem te geven aan de vaste onderdelen van de dienst (Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei). In deze reeks kreeg ‘Allein Gott’ als Gloria zijn vaste plek, ondanks het feit dat Luther zich aanvankelijk niet zo in liet met het werk van Decius, mogelijk omdat de laatste al vroeg sympathiseerde met de Nederlandse Calvinisten.

 

Bewerkingen van ‘Allein Gott’ zijn in de orgelliteratuur ruim voorhanden, te beginnen bij Jan Pieterszoon Sweelinck en tijdgenoten, in een volgende generatie bij Noord-Duitse componisten als Scheidt en Böhm. Johann Sebastian Bach heeft zich ook intensief bezig gehouden met het lied. In Wolfgang Schmieders Thematisch-systematisches Verzeichnis der Werke von Johann Sebastian Bach (BWV) vinden we liefst zestien bewerkingen of varianten.

Jan Jansen stelde uit deze rijke schat zijn eigen ‘suite’samen:

- Het Trio manualiter en het Bicinium (tweestemmige bewerking) ontstonden waarschijnlijk in Bachs jonge jaren in Arnstadt.

- De bewerking BWV 663 is één van de drie orgelkoralen over dit lied in de ‘Achtzehn Choräle’, een serie bewerkingen die Bach aan het eind van zijn leven publiceerde in Leipzig. Hij bracht koralen uit diverse perioden van zijn leven samen en waarschijnlijk paste hij aan het eind van zijn leven de vroegere versie uit Weimar (BWV 663-a) aan.

- De bewerking BWV 676 is één van de vier bewerkingen in de Dritter Teil der ‘Clavier-Übung’ , uitgegeven in 1739. Ook van deze bewerking is een vroegere en kortere versie bekend. Vergelijkenderwijs komt men tot de conclusie dat Bach bleef schaven aan zijn eigen werk.

- Het koraal Pro Organo Pleno (het ‘volle werk’) is te dateren als een jeugdwerk. Iedere regel wordt krachtig in een wijde vierstemmige ligging gespeeld, met in de rusten virtuoze divertimenti.

TR

hoe druk het was ....  vader en zoon Jansen