Concert 30 maart 2008

  Emma Jones, viool (geen foto beschikbaar)

  Chris Bragg, orgel

 

1. Praeludium in d                                                                                  Andreas Kneller (1649-1724)

2. Koraelen                                                                                            Johann Schop (ca.1590-1667)

3. Als Jupiter gedacht                                                                            Johann Schop

4. Capriccio in d                                                                                     Nicolaus Adam Strungk (1640-1700)

5. Suite in d                                                                                            Nicolaus Adam Strungk

    - Allegro

    - Air

    - Bourrée

    - Menuett

6. Capriccio in F                                                                                     Nicolaus Adam Strungk

7. uit: Sonata VI in G BWV 1019/1019a                                                 Johann Sebastian Bach (1685-1750)

    - Cantabile ma un poco Adagio

    - Allegro

8. Toccata in c BWV 911                                                                        Johann Sebastian Bach

 

orgel: nr. 1,4,6,8

viool en orgel: 2,3,5,7

 

 

Toelichting:

Hamburg als muzikaal centrum

Alle componisten in dit programma hebben banden met de stad Hamburg, een zeer muzikale Hanzestad, dankzij de aanwezigheid van een aantal belangwekkende orgels, waar de leerlingen uit de kring rond Jan Pieterszoon Sweelinck hun werkplek vonden, en dankzij de traditie van de Hamburger ‘Ratsmusik’.

Andreas Kneller werd geboren in de Hanzestad Lübeck. Wij weten niets met zekerheid over zijn muzikale opvoeding; het kan zijn dat hij studeerde bij Franz Tunder, de voorganger van Dieterich Buxtehude in de St.-Marien te Lübeck, of bij zijn oom Matthias Weckmann te Hamburg. In 1667 volgde hij Melchior Schildt op als organist te Hannover. In 1686 verwierf hij de post van organist van de Petrikirche te Hamburg. Hij maakte kennis met de illustere Johann Adam Reincken en trouwde diens enige dochter. In de muzikale wereld van zijn dagen stond hij bekend als een gerespecteerde collega, die veel optrad als examinator en zowel orgels als organisten beoordeelde op hun kwaliteiten. Kneller zat in de jury die bij een sollicitatieronde voor de post van organist in de St.-Jacobi kandidaat Johann Sebastian Bach NIET benoemde.

Er zijn slechts enkele orgelwerken van Kneller overgeleverd: een partita over het adventslied ‘Nun komm der Heiden Heiland’, drie Praeludia en enkele fragmenten van orgelwerken.

 

  Schop

Johann Schop was een begenadigd violist en werkte via omzwervingen in Wolffenbüttel en Kopenhagen vanaf 1621 te Hamburg als directeur bij de ‘Ratsmusik’. De oorsprong van de ‘Hamburger Ratsmusik’ gaat terug tot in de 16e eeuw. Het motto van was ‘Gott zu Ehren und Hamburg zur Lust, Ergötzlichkeit und Nutz’ en de stad stimuleerde de aanstelling van een elite-ensemble van acht ‘Ratsmusikern’, die met hun niveau goed opgewassen waren tegen de orkesten aan de hoven. De bloeitijd was in de 17e en 18e eeuw met musici als William Brade, Johann Schop, Georg Philipp Telemann und Carl Philipp Emanuel Bach. Bij zijn collega’s stond Schop in hoog aanzien; zijn opvolger Dietrich Becker prees Schop na diens dood om zijn verdiensten de instrumentale muziek in de stad op een hoger plan getild te hebben. Het is bekend dat de violist Schop tezamen met organist Heinrich Scheidemann concerteerde in de St.-Katharinen te Hamburg. Later in zijn carrière werd Schop tevens aangesteld als organist van de St.-Jacobi in dezelfde stad.

Nicolaus Adam Stungk kreeg van zijn vader Delphin Stungk orgelles en studeerde aan de universiteit van Helmstedt. Ook studeerde hij viool en trad op voor verschillende vorsten. In 1665 werd hij ‘Kammermusicus’ te Hannover en heeft daar wellicht Andreas Kneller ontmoet. Hij heeft enige tijd in Wenen gewerkt; in deze periode is het merendeel van zijn klavierstukken gecomponeerd. In Italië ontmoette hij Corelli, die zeer verrast was over de kunsten van Schop op zijn viool. In 1679 werd hij directeur van de Hamburger ‘Ratsmusik’ en via een post te Dresden werd hij uiteindelijk directeur van de opera te Leipzig. Naast werk voor kleine bezetting schreef hij ook een negental opera’s.

  Bach

De jonge Johann Sebastian Bach verwierf in 1700 te Lüneburg een plaats op het internaat van de St.-Michaelisschule, waar hij ook koorzanger was. Bach heeft in deze plaats ook bij Georg Böhm gestudeerd, zoals uit recent onderzoek met meer zekerheid is komen vast te staan. Vanuit Lüneburg maakte Bach enkele reizen naar de nabijgelegen muziekcentra Hamburg en Celle. In Hamburg kwam hij in contact met de Johann Adam Reincken; in Celle leerde hij door de toen beroemde, geheel Frans georiënteerde hofkapel van hertog Georg Wilhelm de Franse instrumentale muziek kennen.

De ‘Sechs Sonaten’ voor viool en klavier zijn ontstaan rond 1720 te Köthen. De op dit concert gespeelde delen uit de zesde Sonate staan beschreven onder twee nummers in het Bach Werke Verzeichnis (BWV). De versie BWV 1019-a ontstond rond 1730 te Leipzig. Het ‘Cantabile ma un poco Adagio’ gebruikte Bach later in de cantate ‘Gott, man lobet dich in der Stille’.

De Toccata in c (BWV 911) is ook ontstaan rond 1720 en is overgeleverd in het Andreas Bach-Buch. De uitvoering van de Toccata’s voor klavier wordt meestal op klavecimbel gedaan, maar uitvoering op orgel is ook goed te verdedigen, zoals in dit concert zal blijken. Veelal zal de speler er echter voor kiezen op orgel minder versieringen te maken dan op klavecimbel gebruikelijk was; in één van de handschriften van dit werk zien we in het langzame deel veel nauwkeurig uitgewerkte versieringen toegevoegd, die de veronderstelling rechtvaardigen dat aan uitvoering op klavecimbel werd gedacht.

Het stuk begint en eindigt met grillig passagewerk. Na de opening volgt een kalm langzaam deel. Vervolgens zet Bach een lange fuga op: het thema begint met een kort en krachtig motief, gedacht vanuit de kleine terts-drieklank, een motief dat hij twee maal bezigt om dan via een lange ‘slinger’ aan noten naar de volgende fuga-inzet toe te werken.

 

Recensie Soester Courant van woensdag 2 april 2008

MUZIEKREIS NAAR HAMBURG

Op de wat verregende laatste  zondagmiddag van maart hebben vele vrijwilligers de muziekreis naar Hamburg meegemaakt onder leiding van de reisleiders Emma Jones en Chris Bragg, afkomstig uit Engeland en Schotland. Beiden muzikant, Emma speelt viool en Chris orgel, stelden zich als doel het reisgezelschap te laten kennis maken met het muzikale Hamburg uit de vooral zeventiende eeuw. Het startpunt was De Open Hof waar het kennismakingsconcert werd gegeven in het kader van de tot nu toe zeer geslaagde serie van zondagmiddagconcerten, elfde jaargang nummer drie.

Mede door het navorsingwerk van getalenteerde musicologen worden werken van oude meesters ontdekt, die, eenmaal op de lessenaar gezet, de luisteraar zeker weten te boeien.

Inmiddels is op de concerten een vaste groep bezoekers ontstaan. Toehoorders, die de inspanningen van de veelal jongere muzikanten op de juiste waarde weten te schatten. De groep groeit nog steeds gezien het feit, dat ook nu weer ruim tachtig toehoorders aanwezig waren.

Chris Bragg maakte het zichzelf, maar ook de bezoekers niet gemakkelijk met het eerste werk, een Praeludium van Andreas Kneller, waarin de structuur van de compositie zich niet direct duidelijk laat herkennen. Het was een voltreffer, zodat de bedding was aangegeven waarin de 'Koraelen'  en 'Als Jupiter gedacht' van Johann Schop voor viool en continuo zich moeiteloos konden ontwikkelen.

Wat eenvoudiger toegankelijk bleken de werken van Nicolaus Adam Strungk: een voortreffelijk en technisch geheel volmaakt gespeeld Capriccio voor orgel en een orenstrelende Suite in vier delen voor viool en orgel. Door een weloverwogen intelligente interpretatie ging men als luisteraar als vanzelf op het puntje van de stoel zitten om maar geen noot te missen. Verrassend was daarna de ingetogen interpretatie van het Capriccio in F, eveneens van Strungk, ingetogen gespeeld op slechts één register van het orgel. Een verfijnd muzikaal hoogstandje, waarbij zelfs een vallende speld verstorend zou hebben gewerkt.

Eenmaal aangekomen bij de slotnoten van het zesde programmaonderdeel kon men concluderen, dat men deze middag werd vergast op een uitstekend  en met grote kennis opgezet programma, niet wetend, dat het meest verrassende deel nog moest komen: twee werken van Johann Sebastian Bach. Ronduit schitterend was de uitvoering van delen uit de Sonate BWV als 1019-a voor viool en obligaat orgel, een compositie, ontstaan rond 1720, later door Bach bewerkt, ons overgeleverd als BWV 1019-a.

In dit werk toonden de musici hun sterkste kant: grote muzikale inleving, technische perfectie, maar vooral ook volledige harmonie in het samenspel, veelal voorbehouden aan uitvoerenden, die ook elkaars partner zijn.

De gedeelde eerste plaats was voor Chris Brag, die zonder één noot te missen de hels moeilijke Toccata in C- BWV 911 uitvoerde. Als in een wervelwind vielen de noten de kerkruimte in, nauwkeurig geordend tot muziek in een zeer wel overwogen frasering met daarin plaats voor verduidelijking van de middenstemmen door middel van verfijnd portato-spel voor met name de duimen van de handen.

Dat het concert ovationeel applaus oogstte laat zich raden. Men aarzelde te vertrekken als verwachtte men nog een toegift. Een voortreffelijk gegeven concert laat een diepe indruk achter. Met dit concert in herinnering zal men zeker ook op de laatste zondag van april weer willen bezoeken als het St. Joriskamerkoor uit Amersfoort onder leiding van Bas Ramselaar optreedt met medewerking van de huisorganist van De Open Hof: Tjalling Roosjen.

 

Wijnand Huisman