Concert 29 juni 2008

 

Trio da Fusignano

-         Marijn Slappendel, orgel en klavecimbel

-         Marike Tuin, viola da gamba

-         Sacha Mommertz, blokfluit

 

Programma: Muziek van Johann Sebastian Bach en tijdgenoten


1 Trio super Herr Jesu Christ dich zu uns wend - BWV 655                   Johann Sebastian Bach        1685-1750

 

2 Triosonate in g                                                                                      Pierre Prowo                         1697-1757


3 Sonate in D                                                                                          Georg Philipp Telemann        1681-1767
 
 

4 Triosonate in C  - naar BWV 1027 en 1039                                         Johann Sebastian Bach
 

5 Drie koraalvoorspelen uit het "Orgelbuchlein":                                     Johann Sebastian Bach
- Nun komm, der Heiden Heiland - BWV 599
- Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ - BWV 639
- Wenn wir in höchsten Nöten sein - BWV 641

6 Triosonate in F - TWV 42: F3                                                               Georg Philipp Telemann
 
 

7 Passacaglia in c - BWV 582                                                                 Johann Sebastian Bach

 

orgel: 1,3,5,7

blokfluit, viola da gamba, orgel en klavecimbel: 2,4,6

 

  Johann Sebastian Bach

 

Toelichting op de orgelwerken van Bach 

Marijn Slappendel opent en besluit het programma met virtuoze Bachwerken. Het Trio ‘Herr Jesu Christ dich zu uns wend’ (BWV 655) is afkomstig uit de achttien ‘Leipziger Choräle’, ook wel genoemd ‘Choräle von verschiedener Art’. Het manuscript bevindt zich in de Staatsbibliotheek te Berlijn en de noten zijn grotendeels door Bach zelf genoteerd. Het manuscript omvat ook de Canonische variaties over ‘Von Himmel hoch da komm ich her’ en de zes sonates voor orgel, ook wel triosonates genoemd. Het Trio ‘Herr Jesu Christ dich zu uns wend’ zou wat betreft de stijl als ‘zevende’ sonate in de rij geplaatst kunnen worden, ware het niet dat in de tweede helft van het werk duidelijk blijkt dat we hier met een koraalbewerking van doen hebben, daar waar de melodie in lange notenwaarden in het pedaal verschijnt.

 

afb. Titelpagina Orgelbüchlein

 

In 1708, nu driehonderd jaar geleden, werd Bach hoforganist in Weimar en begon hij met het aanleggen van een verzameling korte orgelkoralen, gebaseerd op de toentertijd bekendste melodieën uit het lutherse liedboek. Uit het overgeleverde manuscript wordt duidelijk dat Bach plannen had voor 164 koraalzettingen. Voorin de bundel-in-wording zijn in de inhoudsopgave alle beoogde koralen vermeld, thematisch gerangschikt naar het kerkelijk jaar.

Bach opende het Orgelbüchlein met ‘Nun komm’der Heiden Heiland’, de vertaling van Luther van de Ambrosiaanse hymne ‘Veni redemptor gentium’. De koraalharmonisatie is geschreven in gebroken accoorden (stile brisé) en wordt gekenmerkt door het nadrukkelijk gebruik van dissonanten.

 Bij ‘Ich ruf zu dir’ horen we wat Bach met veel van zijn korte koraalbewerkingen deed: de melodie ligt in de sopraan en in de overige stemmen horen we één of meer karakteristieke motieven, in dit geval een rustige beweging van zestienden in de linkerhand  en een ‘stapsgewijze’ bas in het pedaal.

Bij ‘Wenn wir in höchsten Nöten sein’ ligt de melodie ook in de sopraan en is dermate rijk versierd dat we de oorspronkelijke melodie, zoals ons bekend in de wijs van de Geneefse Psalm 140, nauwelijks meer herkennen.

 

Afb. Wenn wir, Bach-BWV641,

 

Het is niet bekend in welk jaar Johann Sebastian Bach de Passacaglia, BWV 582 heeft geschreven, maar algemeen wordt aangenomen dat het stuk omstreeks 1710 is ontstaan, omdat het duidelijk stilistische overeenkomsten vertoont met de Triosonates, BWV 525-530, die in dat jaar werden gecomponeerd.

De Passacaglia is zonder twijfel één van de beroemdste, zogenaamde vrije (niet aan de liturgie gebonden) orgelwerken van de Thomascantor . Het is volgens kenners het absolute hoogtepunt van de noord-Duitse basso-ostinato-techniek, waarbij een vast thema van vier of acht maten, in dit geval met grote intervalsprongen als de ‘pas van een haan’ (Passacaglia) steeds wordt herhaald en van omspelingen wordt voorzien.

In het standaardwerk ‘Johann Sebastian Bach; the learned musician’ schrijft Christoph Wolff dat ‘de Passacaglia van Bach duidelijk schatplichtig is aan Buxtehude’s ostinatowerken, die Bach kende uit het Andreas-Bachboek, vooral de Passacaglia in d BuxWV 161, maar overtreft die moeiteloos. Bijzonder vindingrijk is vooral de wijze waarop Bach het passacagliathema in de fuga heeft verwerkt’.

Bach heeft zijn thema ontleend aan het ‘Christe’ (trio en passacaille) uit het ‘Livre d'Orgue’in 1688 van André Raison.

 

TR