Concert  28 januari 2007

 

  Jean Telder - orgel

Tjalling Roosjen - spinet

 

BUXTEHUDE CENTRAAL

PROGRAMMA:

1. Toccata in a                                                      Jan Pieterszoon Sweelinck      

                                                                                                  1562 - 1621

 

2. Psalm 5 - drie variaties                                      idem

 

3. Praeambulum in G                                            Heinrich Scheidemann                    

                                                                                                 1596 - 1663

 

4. In dich hab ich gehoffet, Herr                            idem

 

5. Suite in d - BuxWV 233                                     Dietrich Buxtehude        

- Allemande d’amour                                             1637 - 1707

- Courante

- Sarabande d’amour

- Sarabande

- Gigue

 

6. Praeludium in D - BuxWV 139                           idem

 

7. Aria Rofilis - BuxWV 248                                   idem

 

8. Ich ruf zu dir, herr Jesu Christ - BuxWV 196     idem

 

9. Suite in C - BuxWV 229                                    idem

- Allemande

- Courante

- Sarabande

 

10. Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ - BWV 639      Johann Sebastian Bach           

                                                                             1685 - 1750

 

11. Praeludium en fuga in C - BWV 566               idem

 

Orgel: 1,2,3,4,6,8,10,11

Spinet: 5,7,9

 

  Buxtehude en Bach, plaquette in de Marienkirche in Lübeck (foto: TR 2006)

Inleiding

Op 9 mei 2007 is het driehonderd jaar geleden dat Dietrich Buxtehude, de organist van de Marienkirche te Lübeck, overleed. In de serie zondagmiddagconcerten is er dit jaar ruimschoots aandacht voor deze componist; zo is het programma van de maand mei dan ook geheel gewijd aan zijn vocale en instrumentale werk.

  Jan Pieterszoon Sweelinck

Van Sweelinck tot Bach

Buxtehude maakte deel uit van de avant-garde van de klassieke muziek in het noordelijke deel van Europa in de tweede helft van de 17e eeuw. Via zijn leraar Heinrich Scheidemann is er een directe lijn met de Amsterdamse muziekpedagoog en organist Jan Pieterszoon Sweelinck. Buxtehude was een van Sweelincks "kleinzoon-leerlingen", zoals de Duitsers plegen te zeggen.

Het programma opent met de korte en bekende Toccata in a (Opera omnia, Vol.1, nr. 24) van Sweelinck, geheel in de stijl van de Engelse virginalisten met in de ene hand passagewerk en in de andere hand stoere ondersteunende accoorden.

De drie variaties over de Geneefse psalm 5 zijn lange tijd aan Paul Siefert toegeschreven geweest. De musicoloog Pieter Dirksen gaf deze variaties en andere psalmbewerkingen uit in 1996. Hij stelt in zijn voorwoord dat zowel gezien de Nederlandse traditie van psalmen variëren als gezien de gebezigde stijl van componeren het waarschijnlijk is, dat een componist van Nederlandse bodem - uit de kring van Sweelinck - dit werk schreef .

Heinrich Scheidemann

In het Praeambulum voor orgel met pedaal van de Hamburger componist Heinrich Scheidemann is het direct hoorbaar, dat we met een leerling van Sweelinck van doen hebben:

De eerste maat is ritmisch geheel gelijk aan de opening van Sweelinck’s Toccata in a, maar gaandeweg horen we meer snelle bewegingen met parallelle tertsen dan het typische passagewerk van zijn Amsterdamse leermeester.

De koraalbewerking van Scheidemann, geschreven voor orgel zonder pedaal, is opgezet in de vorm van een kleine koraalfantasie, per regel wordt de melodie doorgewerkt en gevarieerd.

Buxtehude’s preludium in D is een fraai voorbeeld van de in die tijd gebezigde stijl van componeren voor het orgel. Net als bij Toccata’s in zijn tijd schreef men een aantal in tempo en klankkleur opeenvolgende delen. Eén van de onderdelen is een fuga. De aanduiding "Preludium èn Fuga" is echter eerst door Bach gebruikt.

De koraalbewerking 'Ich ruf zu dir', ook in de vorm van een kleine koraalfantasie, maar anders dan bij Scheidemann nu met gebruik van pedaal, is een introvert werk met verrassende ritmische wendingen.

Dezelfde melodie horen we bij Bach in diens geliefde bewerking uit het Orgelbüchlein, nu met de melodie in de sopraan.

Beeld jonge Bach in Arnstadt

Het concert wordt afgesloten met Bach’s Preludium en Fuga in C, een jeugdwerk uit de jaren in Arnstadt, de periode waarin Bach zijn studiereis maakte naar Buxtehude te Lübeck en veel langer wegbleef dan zijn kerkenraad hem toegestaan had. Het werk is stond in E gr.t. en is later naar C gr.t. getransponeerd. Bachkenner Christoph Wolff schrijft in zijn standaardwerk "Bach, the learned musician"(2000) het volgende. "Bach was al vertrouwd met Buxtehude’s orgelmuziek, doordat die al voor 1700 in Thüringen circuleerde, in de kring rond Pachelbel, maar eveneens in Lüneburg en Hamburg. Hij moet gefascineerd geweest zijn door de virtuoze en grootse werken in de "stylus fantasticus", met hun voor die tijd verbluffende pedaaltechniek, en hij moet even nieuwsgierig geweest zijn naar de efficiënte manier waarop Buxtehude zijn orgelmuziek verspreidde. Bach was een verwoede verzamelaar van Buxtehude’s werken en één van de belangrijkste propagandisten ervan in de achttiende eeuw. In Lübeck zal hij zich aan Buxtehude van zijn beste kant hebben laten zien, en een groot pakkend werk hebben gespeeld, in de stijl van de meester zelf, maar toch weer enige stappen verder, zoals de Prelude en Fuga in E, BWV 566, die dateert van omstreeks Bach’s reis naar Lübeck."

Suites voor klavecimbel

De suites van Buxtehude zijn opgebouwd volgens het bekende schema Allemande-Courante-Sarabande-Gigue en volgen het metrische schema C (langzaam) - ¾ (snel) - ¾ (langzaam) en 12/8 (snel). In de suites wordt veelal de "style brisé" toegepast: de accoorden worden "gebroken" gespeeld (de tonen van het accoord nà elkaar aangeslagen) en daarmee wordt de klank van de luit geïmiteerd. De driedelige Aria Rofilis is gebaseerd op een thema van Lully. Deze werken voor klavecimbel zijn tevens uiterst geschikt voor vertolking op kleinere instrumenten als spinet of klavichord. Pieter Dirksen schreef in 2004 op zijn website een interessante verhandeling over de klavecimbelwerken van Buxtehude. (http://www.pieterdirksen.nl/Essays/Bux%20Discovery.htm)

TR