Concert 25 maart 2007

   Annette Stallinga – alt

  Gerrie Meijers – orgel

 

 

PASSIECONCERT "HET LAM GODS EN DE MOEDER"

1. a. Uit Geistliche Lieder und Arien                                                 Johann Sebastian Bach    

        Die bitt're Leidenszeit beginnet                                                 1685 -1750

    b. Toccata in d (BWV 913)

    c. Aria uit cantate 35: Gott hat alles wohl gemacht

 

2. Uit het Stabat Mater (RV 621):                                                      Antonio Vivaldi

       - Stabat Mater                                                                            1678 -1741

       - Cuius animam

 

3. Sonata in c                                                                                    Giovanni Battista Pescetti

       - allegro ma non presto                                                              1704 -1766

       - moderato

       - presto

 

4. Uit het Stabat Mater:                                                                      Giovanni Battista Pergolesi

       - Eja Mater fons amoris                                                               1710 -1736

       - Fac ut portem Chrisi mortem

 

5. a. Aria                                                                                             Hendrik Andriessen

    b. Fiat, Domine (Thomas à Kempis ‘De Imitatione Christi)            1892 -1981

 

6. a. Agnus Dei                                                                                   Frank Martin

    b. Uit het Requiem: Agnus Dei                                                       1890 -1974

 

7. Uit Geistliche Lieder und Arien:                                                      Johann Sebastian Bach

    So giebst du nun, mein Jesu, gute Nacht

 

 

(1a, 3, 5a, 6a orgel solo)

 

Toelichting

 

  Johann Sebastian Bach

Begonnen wordt met de Toccata in d (BWV 913), door Bach rond 1710 geschreven te Weimar. Van het werk bestaat nog een vroegere versie, dus gaat het hier om een jeugdwerk.

Lange fugatische delen en virtuoos passagewerk wisselen elkaar af. Het is een werk dat veelal op klavecimbel gespeeld wordt, maar zich ook prima leent voor vertolking op orgel.

De liederen aan begin en eind van het programma zijn afkomstig uit "Die geistlichen Lieder und Arien aus Schemellis Gesangbuch", een bundel (Leipzig, 1736) met 69 liederen. De uitgever Christian Georg Schemelli deed deze verzameling "mit beziffertem und unbeziffertem Bass" in druk verschijnen. Waarschijnlijk is hij met Bach in contact gekomen, omdat zijn zoon leerling was op de Thomasschule, waar Bach als cantor aan verbonden was.

De aria "Gott hat alles wohl gemacht"is afkomstig uit het eerste deel van Cantate BWV 35 "Geist uns Seele wird verwirret" (Leipzig, 1726). In deze cantate wordt ruimschoots gebruik gemaakt wordt van obligate (mede-solerend, niet enkel begeleidende) orgelpartijen.

  Antonio Vivaldi

Het Stabat Mater is door veel componisten op muziek gezet. De tekst van dit gedicht beschrijft het aangrijpendste moment uit de hele geschiedenis van Jezus Christus, namelijk als zijn moeder moet toezien hoe haar zoon gekruisigd is. Sinds de middeleeuwen hebben naar het schijnt meer dan vierhonderd componisten het Stabat Mater op muziek gezet.  Wie het gedicht oorspronkelijk schreef is onbekend, maar meestal wordt Jacopone da Todi (ca. 1228-1306) als schrijver genoemd. Vanmiddag hoort u delen uit de composities van Vivaldi en Pergolesi.

  Giovanni Battista Pergolesi

 

De componist Pescetti werd in 1704 in Venetië geboren. Hij studeerde enige tijd bij Lotti. Aanvankelijk werkte hij in Venetië en schreef diverse opera’s. In 1736 vertrok hij naar Londen en werd daar een jaar later muzikaal leider van de Opera of the Nobility.

Toen hij slachtoffer werd van de haat tegen Italiaanse katholieken, keerde hij terug naar Venetië en werd tweede organist van de San Marco.

  Hendrik Andriessen

Hendrik Andriessen begon al jong met piano- en orgelspelen en componeren. Zijn orgelspel was, toen hij tien jaar was, zodanig dat hij zijn vader als organist van de St. Josephkerk in Haarlem kon vervangen. In 1914 begon hij zijn opleiding aan het Amsterdams Conservatorium. Hendrik Andriessen heeft vele functies in het Nederlandse muziekleven bekleed: leraar compositie aan het Amsterdams Conservatorium, leraar compositie en orgel te Utrecht en van 1934 tot 1949 organist van de Utrechtse Kathedraal. Hij was directeur van conservatoria en van 1952 tot 1963 hoogleraar in de muziekwetenschap aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

In zijn liederen "Fiat Domine" (1921) en "Fortis amator"gebruikte hij teksten van Thomas à Kempis.

  Frank Martin

Frank Martin werd geboren in 1890 in Genève, Zwitserland. Hij groeide op in een muzikaal milieu met negen oudere, musicerende broers en zusters en was zelf al op jonge leeftijd door de muziek gegrepen. De jonge Martin speelde al piano voordat hij naar school ging en componeerde kinderliedjes op zijn negende. Zijn muzikale leven bracht hem naar Zürich, Rome en Parijs en onderwijl ontwikkelde zich zijn eigen muzikale taal. Rond 1932 raakte hij geïnteresseerd in de twaalftoonstechniek van Arnold Schönberg.
In 1946 verhuisde Martin naar Nederland. Hij woonde tien jaar in het centrum van Amsterdam en verhuisde in 1956 naar Naarden. Martin heeft een omvangrijk muzikaal oeuvre geproduceerd, waarin onder andere balletmuziek, opera’s, oratoria, symfonische werken, kamermuziek, orgelwerken en een groot aantal werken voor orkest met solisten vertegenwoordigd zijn. Martin overleed in 1974 in Naarden.

Zijn orgelwerk "Agnus Dei pou Orgue" is een bewerking van Martin zelf (1922,1926) uit zijn mis voor dubbelkoor. Het "Agnus Dei" uit zijn Requiem verscheen in 1971 in een bewerking voor altstem en orgel.

TR

 

Soester Courant - 28 maart 2007

 ZONDAGMIDDAGCONCERT MET EEN DUIDELIJKE CLIMAX

Vele concertprogramma´s  rond Pasen en Kerst worden samengesteld rond de inhoud van de kerkelijke vieringen op die feesten. Zo stond het concert, gegeven door Annette Stallinga, alt en Gerrie Meijers, orgel in het teken van de Lijdenstijd, de periode van inkeer voorafgaande aan het Paasfeest. Omlijst door twee koralen van Bach stond muziek van Bach, Vivaldi, Pergolesi, Andriessen en Martin geprogrammeerd.

Gerrie Meijers opende het programma met de driedelige Toccata in d voor clavecimbel.

Dit werk, fraai van opbouw, vermocht de toehoorder maar matig te boeien. Door de wat al te zware registratie van de hoekdelen werd het lijnenspel van de stemmen wat minder doorzichtig. Ook het wellicht wat te hoog gekozen tempo stond de duidelijke frasering wat in de weg.

Hetzelfde gold ook de  uitvoering van de alt-aria uit Cantate 35 van Bach. Bach schreef dit werk voor alt en obligaat orgel met basso continuo, genoteerd in een rustig gaande lijn.  Door het te hoog gekozen tempo werd het verfijne lijnenspel wat vertroebeld en kreeg de uitvoering een te gehaast karakter. De coloraturen van de alt werden zo minder herkenbaar. Ondanks het tempo wist Annette Stallinga er muziek van te maken.

De uitgevoerde delen uit het Stabat Mater van zowel Vivaldi als Pergolesi klonken zeker overtuigend. De alt wist door haar interpretatie de tekst qua uitvoering een meerwaarde te geven zonder zich te verliezen in een romantisch klankbeeld. De begeleiding, een orgeltranspositie, was hier bij Gerrie Meijers in goede handen.

Op het programma stonden ook de namen van twee toondichters uit de twintigste eeuw vermeld: Hendrik Andriessen en Frank Martin. Bij de uitgevoerde Aria voor orgel van Andriessen, op zichzelf een vrij moeilijk toegankelijk werk voor de bezoeker die niet met dit oer-katholieke klankbeeld van huis uit is vertrouwd, bleek het Nijsse-orgel qua stemming niet het geschikte instrument voor deze muziek.

Fraai daarentegen klonk het Fiat Domine van Andriessen voor alt en orgel, een compositie op een tekst van Thomas a Kempis, een tekst die nu zonder meer alleen nog in het museum thuishoort. Het was opvallend hoe de bezoekers gingen meeademen met de muziek. Je kon dan ook een speld horen vallen.

Dit was ook het geval bij de twee werken van Martin. Twee maal stond het Agnus Dei op het programma, eerst de door Martin zelf voor orgel bewerkte orkestpartituur, daarna een vocale versie uit zijn Requiem. Prachtige werken, meeslepend uitgevoerd en dus evenzeer adembenemend mooi. Op deze manier uitgevoerd krijgt de tekst juist die bevrijdende  meerwaarde, met name in de laatste maten van het werk.

De concertbezoeker, die ondanks het mooie lenteweer koos voor De Open Hof is zeker niet teleurgesteld thuisgekomen. De werkgroep Zondagmiddagconcerten in De Open Hof kan dit concert zeker plaatsen in de rij van uitvoeringen die naar meer smaken.  

Wijnand Huisman