CONCERT 24 juni 2007

 

  Kees van Eersel - orgel

   Xandra Rotteveel – cello

 

1. Magnificat primi toni, BuxWV 203                    Dietrich Buxtehude                   1637-1709

 

2. Sonate in g*                                                     Benedetto Marcello                  1686-1739

- Adagio - Allegro

- Largo

- Allegro

 

3. Fuga in G, BWV 577                                        Johann Sebastian Bach           1685-1750

 

4. Adagio*                                                             Henri Eccles                            1670-1742

 

5. Concerto in C                                                   Johann Sebastian Bach

   

6. Consolation*                                                     Carl August Fischer                 1828-1892

 

7. Sonate IV in in Bes, opus 65                            Felix Mendelssohn- Bartholdy  1809-1847

- Allegro con brio

- Andante religioso

- Allegretto*

- Allegro maestoso e vivace

 

8. Aria* opus 103a no.3. (1908)                           Max Reger                                 1873-1916

(uit: Hausmusik, 1908)

 

9. Tokkata und Fuge in a opus 80 no.11,12        Max Reger

(uit: 12 Stücke, München, voorjaar 1904)

 

* = cello en orgel

overige: orgel solo

 

Toelichting

 

 Buxtehude                                                                                          

Organist Kees van Eersel opent het programma met Magnificat primi toni van Buxtehude. Het Magnificat, de lofzang van Maria, is één van de Cantica uit het Nieuwe Testament en heeft van oudsher haar plek in de Vespers, onderdeel van de getijdendiensten in kloosters en kerken. In de tijd van Buxtehude was het dagelijkse praktijk om de versregels van het Magnificat "alternatim" uit te voeren, afwisselend gezongen en gespeeld. Het kan echter bij deze compositie even goed zo geweest zijn dat er gespeeld werd in plaats van c.q. in aanvulling op het gezongen Magnificat.

  Marcello, schilderij

Samen met van Eersel vertolkt celliste Xandra Rotteveel de Sonate in g van Benedetto Marcello. Deze werd geboren in een adellijke familie in Venetië. Ondanks het feit dat Marcello een leerling was van Lotti en in die zin goede perspectieven had op een carrière in de muziek, eiste zijn vader dat hij rechten ging studeren. Marcello wist echter zijn werk als jurist te combineren met zijn muzikale aspiraties. In 1711 werd hij lid van de Raad van Veertig in het stadsbestuur van Venetië. Volgens Benedetto zelf was zijn gezondheid geschaad door het klimaat in Istria; na acht jaar ging hij naar Brescia met pensioen, waar hij op 24 juli 1739 is gestorven. Benedetto Marcello was de broer van Allessandro Marcello, welke eveneens componist was.

  Bach

De Fuga BWV 577 van Bach is geschreven in het ritme van een Gique, de Franse dansvorm in 12/8e maat. Het werk wordt dan ook wel aangeduid als ‘Fuga à la Gique’ . In de opgave van Wolfgang Schmieder, die het Bach Werken Verzeichnis (BWV) samenstelde, wordt de authenticiteit van dit werk betwijfeld en indien geschreven door Bach, zou het in zijn vroege periode te Arnstadt rond 1706 geschreven zijn.

Na het adagio van Eccles klinkt van Bach diens Concerto in C, vermoedelijk geschreven te Weimar tussen 1708 en 1717. Het is een bewerking van Bach van het Concerto van de jong gestorven Johann Ernst von Sachsen-Weimar, wederom in een dansant ritme.

 

Het verstilde werk Consolation van Carl August Fischer is een aangenaam moment van rust in het programma. Fischer leefde in Ebersdorf (Saksen) waar het geboortehuis van de "Säcksischen Orgelkönig" nog te vinden is. Fischer maakt concertreizen naar ondermeer Praag, Londen en Edinburgh.

  Mendelssohn

Mendelssohn’s vierde Sonate voor orgel in Bes is onder orgelliefhebbers een bekend werk. Een aardige bijzonderheid bij de uitvoering hedenmiddag is het feit dat het derde deel (Allegretto) in een uitvoering door cello en orgel klinkt. In het stoere eerste deel wordt de luisteraar geconfronteerd met virtuoos passagewerk, afgewisseld met gepuncteerde ritmen.

Het tweede deel klinkt als een lied met in de sopraan herhaalde en steeds hogere zangerige heffingen. Dan wijkt Mendelssohn in het derde deel uit naar F grote terts, de toonsoort waarin eertijds meestal "pastorale" stukken klonken, veelal in de kersttijd als muzikale onderstreping van het verhaal van de herders in het veld. Na dit deel in 6/8e maat pakt de organist uit met het laatste deel in een vierdelige maat.

 

  Reger met vrouw en kinderen

Max Reger is met de orgelcultuur opgevoed. Zijn vader bezat een huisorgel en op elfjarige leeftijd kreeg Reger al orgelles. Met uitzondering van de opera is hij op alle terreinen van de muziek werkzaam geweest. Met name zijn orgel- en kamermuziek was van grote invloed op de volgende generatie componisten. Hij was zich bewust van de kwetsbaarheid van het leven en componeerde dan ook voortvarend: "Denken Sie an Mendelssohn, an Mozart, an Schubert, an Wolf. Uns wird nicht viel Zeit gelassen, und ich muss mein Werk fertig haben"

Deze gedreven man eiste dan ook veel van zijn leerlingen: "Kunst kommt von können …. 1000 Harmonieaufgaben, 500 Kanons und 100 Fugen machen, dann können Sie erst etwas".

De Aria is afkomstig uit de bundel "Hausmusik" uit 1908 en de Tokkata und Fuge uit Zwölf Stücke, voorjaar 1904.

 

 

Soester Courant - woensdag 27 juni 2007-

ZONNIG ZONDAGMIDDAGCONCERT IN DE OPEN HOF

Zondagmiddag werd in De Open Hof het zesde concert in een serie van acht gegeven door Kees van Eersel, orgel en Xandra Rotteveel, cello. Het programma bleek zeer interessant. Er werden werken uitgevoerd van componisten die nog niet al te vaak in deze kerk te beluisteren zijn geweest.

In het Buxtehude-jaar 2007 mocht een werk van deze Duitse toondichter niet ontbreken. Van Eersel opende het concert dan ook het uitgebreide Magnificat primi toni in de vorm van een Fantasia, waarin het thema zelfs voor kenners moeilijk blijkt te herkennen. In zijn aanpak toonde Kees van Eersel zich direct als een uitstekend speler.

De tweede componist op het programma was die van Benedetto Marcello. Van hem werd een Sonate in vier delen voor cello en basso continuo uitgevoerd. Xandra Rotteveel bespeelde op fraaie wijze een instrument met een wel heel mooie toon. Wellicht is dit instrument al een lang leven toebedeeld geweest. Het klonk als bijna historisch. Haar wijze van interpretatie is zeker muzikaal, maar niet echt gebaseerd op de hedendaagse uitvoeringspraktijk van de barokmuziek zoals wij die kennen van de oude muziek kenners. Men luisterde geboeid.

Het continuo werd wat minder gebruikelijk geregistreerd waardoor soms de klank van de cello wat wegviel in de kerkruimte. Ook de uitwerking van de becijferde bas zou een onderwerp van discussie kunnen zijn.

Pablo Casals schreef eens:’Geen dag zonder Bach’. Zo werden voor orgel solo twee werken van Bach geprogrammeerd. De fuga in g werd in een kamermuzikale sfeer geregistreerd; in het Concerto IV echter werd de rijke keuze aan klankmogelijkheden van het toch bescheiden orgel weer geheel uitgebuit. Als muzikaal rustpunt werden tussen de grotere werken voor orgel het beroemde Adagio van Eccles uit de achttiende en het Conslolation van Carl August Fischer uit de negentiende eeuw uitgevoerd. Met een bescheiden orgelbegeleiding kon Xandra Rotteveel al haar kunnen tonen. Het werden juweeltjes.

Het programmeren van werken uit de jaren na 1840 is, als men het orgel niet goed kent, soms wat problematisch qua stemming. Bij de Sonate IV van Mendelssohn worden de grenzen in deze net niet overschreden, bij het werk van Fischer wel. De celliste loste dit probleem handig op.

In het orgelwerk van Mendelssohn werd in het derde deel één van de orgelpartijen aan de celliste toebedeeld. Het klonk alsof het zo hoort, maar bij de uitvoering liepen de beide

uitvoerenden qua frasering zeker niet in de pas. Bij het beluisteren van de orgelsonate bleek weer eens hoe mooi de orgelwerken van Mendelssohn eigenlijk zijn. Men hoort ze veel te weinig.

Het concert werd afgesloten met twee werken van Max Reger. Voor cello en orgel een Aria met obligaat orgel en voor orgel de Toccata en fuga in a. In deze twee werken bleken de grenzen van de stemming meer dan bereikt. Hoe mooi ook uitgevoerd, de glans van de werken werd tenietgedaan door de vele niet zuiver klinkende akkoorden. Het warme en langdurige applaus bij het uitreiken van de bloemen aan de solisten klonk als een groot blijk van waardering voor wat geboden werd.

Wijnand Huisman