Concert 30 juli 2006

 

orgel, klavecimbel, spinet en klavechord

bespeeld door:

                                                    

     Tjalling Roosjen                      en                         Jean Telder

PROGRAMMA

1. Orgel

Toccata in F (BuxWV 157) - Dietrich Buxtehude (1637-1707)

 

2. klavechord

Twee Poolse dansen in e en G - uit: Tabulatuurboek Lutniowych

(16e,17e eeuw)

 

3. Vierhandig orgel

La Mantovana - Ludovico Grossi da Viadana (ca. 1560-1627)

 

4. Klavecimbel en spinet

Sonate in d - Bernardo Pasquini (1637-1710)

 

5. Orgel

Canzon in G - Heinrich Scheidemann (ca 1596-1663)

 

6. Klavecimbel

Suite in F - Georg Böhm (1661-1733)

- allemande

- courante

- sarabande I en II

- gigue

 

7 Vierhandig orgel

Petite Pièce, tirée de lóperette

‘Die Zauberflöte" de Mr Mozart - Christian Gottlob Neefe (1748-1798)

 

8. Klavechord

Fantasia nr. 5 in d - Georg Friedrich Händel (1685-1759)

 

9. Orgel

 

Uit: Pieces for a musical clock - Georg Friedrich Händel

- A voluntary on a flight of angels

- Gigue

- Menuet

- Gigue

 

10. Klavecimbel en spinet

Suite in c - Georg Friedrich Händel

- allemande

- courante

- sarabande

- chaconne

 

11. Vierhandig orgel

Fuga in d - Johann Christoph Kellner (1736-1803)

 

Programma-toelichting

Het programma van deze middag is aangekondigd als ‘instrumentenparade’. Naast het Nijsse-orgel, met zijn Werckmeister-stemming een geëigend instrument voor vertolking van werken uit de Barok, klinken ook een drietal snaarinstrumenten. Het klavechord, gebouwd door de Leidse bouwer Dick Verwolf (2004), is een kopie van een historisch instrument uit ca. 1680, dat momenteel museaal te bewonderen te Leipzig. Het spinet, in 1974 gebouwd door Gerrit Klop te Garderen, heeft het aloude bentside-model uit Engeland tot voorbeeld. Het klavecimbel, voor deze gelegenheid welwillend ter beschikking gesteld door Liesbeth Gankema - van den Bosch, werd in 1988 gebouwd door Jean Telder.

  Buxtehude, deel schilderij Voorhout, 1674)

Het programma opent met de Toccata in F van Buxtehude, één van diens meest bekende vrije werken. Het mag klinken als een ‘opmaat’voor het Buxtehude-jaar 2007, wanneer aan de driehonderdste sterfdag van Buxtehude ook in deze concertreeks veel aandacht gegeven zal worden.

De Poolse dansen zijn afkomstig uit een verzameling stukken voor de luit, in de jaren vijftig van de vorige eeuw in modern notenschrift toegankelijk gemaakt voor de hedendaagse muzikant.

  Ludovico Grossi da Viadana

La Mantovana van Viadana is een werk voor twee orgels, in dit programma op één orgel gespeeld, door met twee spelers op één orgelbank de eerste speler een octaaf hoger te laten spelen. In de belangrijke kerken van Italië en het Iberisch schiereiland treft men geregeld in grote kerken twee vrijwel identieke orgels aan, welke epistel- en evangelie-orgel genoemd werden, naar hun plaatsing aan de zijden van de kerk, waar de beide bijbelgedeelten gelezen werden. De luisteraar herkent in dit stuk de wijs van Gastoldi, bij Bach bekend als ‘In dir ist freude’ en in het Liedboek voor de kerken (1973) onder gezang 477 als ‘Geest van hierboven’.Viadana was een leerling van Porta. Hij werkte als kapelmeester aan de Dom te Mantua (tot 1609) en vervolgens in soortgelijke betrekkingen te Fano en Venetië.
Ten slotte keerde hij naar Mantua terug. In 1596 werd hij Franciscaner monnik. In oude geschiedenisboeken dicht men Viadana de 'uitvinding' van de basso continuo-praktijk toe.

  Bernardo Pasquini

Pasquini was een Italiaanse componist van operawerken en kerkmuziek. Hij werd geboren in Toscane. In Rome kwam hij in dienst van de Prins van Borghese; later werd hij organist van de Santa Maria Maggiore. Van zijn korte driedelige sonate zijn alleen de baslijnen bekend, de zogenaamde basso continuo, waarop virtuoze spelers improviserenderwijs met akkoorden en passagewerk er een goed klinkend stuk bouwden.

Van Georg Böhm is bekend dat hij zeer vertrouwd was met de Franse muziekcultuur, met name door zijn kontakten aan het hof van Celle in Noord-Duitsland; zijn Suite in F ademt echter nog vooral de sfeer van Froberger.

  Christian Gottlob Neefe

Het korte werkje van Neefe kozen wij met een knipoog naar het Mozart-jaar. Het duurt nog geen twee minuten en is een leuk voorbeeld van de speelmuziek, zoals deze voor huiselijk gebruik geschreven werd. Neefe was componist en tevens ‘Kapelmeister’ bij een tweetal ‘Theatergruppen’. In 1782 werd hij hoforganist te Bonn en in die hoedanigheid de eerste leraar van Beethoven.

 

   Georg Friedrich Händel

Van Händel staan op het programma een drietal programma-onderdelen. Eerst een kort werkje op het klavechord. Het is waarschijnlijk voor klavecimbel geschreven, maar door het ‘luitachtig’ karakter van de gebroken akkoorden past het ook goed bij het klavechord.

Vervolgens een viertal ‘Pieces for a musical clock’ uit een in 1987 verzorgde uitgave onder redactie van Jan Jaap Haspels, de voormalig directeur van het museum ‘Van Speelklok tot Pierement" te Utrecht. De stukken zijn transcripties in onze gebruikelijk muzieknotatie van werkjes die Händel componeerde of arrangeerde voor de speeltrommels van de orgelklokken van Charles Clay, een befaamde Londense klokkenmaker.

De Suite in c tenslotte is een heruitgave van Thurston Dart, de klavecinist uit Cambridge die in 1950 tekende voor één van de eerste heruitgaven in dit soort en zo mede aan de wieg stond van de revival van de Oude Muziek.

Met een fuga voor vierhandig orgel van Johann Christoph Kellner wordt het programma besloten. Kellner was zoon van een organist, kwam uit Thüringen en was een actief componist en organist; in die laatste hoedanigheid deed hij in 1762 ook Nederland aan voor een aantal concerten.