Concert 28 mei 2006

 

Jean Telder, orgel       en  

Jouke van der Leest, viool

PROGRAMMA

1. Vater Unser im Himmelreich Georg Böhm  1661 - 1733

twee orgelkoralen

2. Sonate in g voor viool en basso continuo Henry Eccles  1652 - 1742

a. largo

b. corrente - allegro

c. adagio

d. allegro vivace

3. Fantasia en fuga in c - BWV 537 Johann Sebastian Bach 1685 - 1750

4. Sonate in C voor viool en basso continuo Benedetto Marcello  1686 - 1739

a. andante

b. allegro

c. grave

d. allegro

5. Herzlich lieb hab ich dich, o Herr

6. Fantasia à gusto italiano in F Johann Ludwig Krebs  1713 - 1780

à 2 Claviere è Pedale

7. Trio in F idem

à 2 Claviere è Pedale

8. Sonate in G voor viool en basso continuo Georg Philipp Telemann  1681 - 1767

a. siciliana

b. vivace

c. dolce

d. scherzando

 

PROGRAMMATOELICHTING

Het programma wordt geopend met werk van Böhm; hij werd in Hohenkirchen bij Ohrdruf geboren. Hij ontving zijn opleiding in Goldbach, Gotha, en tenslotte aan de universiteit van Jena. Vanaf 1698 tot aan zijn dood in 1733 was hij organist aan de Johannis-kerk te Lüneburg. Wij kennen van zijn hand een aantal preludia en fuga's, klaviersuites en koraalbewerkingen. De fuga's en de koraalbewerkingen zijn uiteraard in de typisch Duitse polyfone traditie, maar de klaviersuites laten reeds de typerende mengeling van Duitse en Franse invloeden zien, die ook Bachs klaviersuites kenmerkt. Het koraal "Vater unser im Himmelreich" is één van de Lutherse zondagsliederen in de laatste weken van de Paastijd. De eerste bewerking is een vierstemmige fuga voor het volle werk; per regel wordt de melodie doorgewerkt, steeds met uitkomende stem eindigend in de bas op het pedaal. In de tweede bewerking ‘à 2 Claviers et pedal’ hoort u een rijk versierde uitkomende stem in de sopraan.

  Lüneburg-St-Johanniskirche

Van de 90 jaar geworden componist Henry Eccles ontbreken vermeldenswaardige feiten. Het is goed mogelijk dat zijn vierdelige sonate in de bekende afwisseling langzaam-snel-langzaam-snel geïnspireerd is door voorbeelden van Italiaanse meesters.

  Johann SebastianBach

Bach was in Weimar van 1708-1714 hoforganist en kamermusicus. Zijn Fantasia en fuga in c, BWV 537, is in deze periode ontstaan. Het was het tijdvak waarin waarschijnlijk de helft van zijn gehele orgeloeuvre is ontstaan, inclusief vroegere stukken die Bach in deze periode reviseerde. Dit is af te leiden uit de bewaard gebleven autografen of uit de kopieën van Bach’s leerling Johann Tobias Krebs en die van stadsorganist Johann Gottfried Walther. De Fantasia (een preludium) is een ingetogen werk, met canonische inzetten in sopraan, alt en tenor, opgebouwd op een lang aangehouden noot (orgelpunt) in het pedaal. De registratie is, anders dan men zou verwachten bij werken van dit type, op basis van een enkel register op achtvoet-basis. De fuga heeft een kort en krachtig thema van vier maten en wordt gespeeld in plenum-registratie.

  Benedictus Marcello

Marcello werd geboren in een zeer gerespecteerde en invloedrijke aristocratische Venetiaanse familie. Hij leerde vioolspelen van zijn vader en was leerling van Gasparini en Lotti.  Hij bekleedde na zijn rechtenstudies verschillende hoge posten in het Italiaanse diplomatieke leven, dichtte en componeerde in zijn vrije tijd. Belangrijk is zijn groots opgezette ‘Estro poetico-armonico’, een bewerking van vijftig psalmen. Dit werk bracht hem roem tot in Engeland.  Hij componeerde ook fluitsonates, violoncellosonates, opera's, oratoria, missen, motetten, cantates, aria's, duetten, terzetten, madrigalen, sinfoniae, concerten, orgel- en klavecimbelmuziek. 

 
Johann Ludwig Krebs

Johann Ludwig Krebs werd in 1713 geboren in de naaste omgeving van Weimar.

Hij was één van de drie zonen van Johann Tobias Krebs, die sinds 1710 cantor en organist in Weimar was. Waarschijnlijk kreeg de jonge Krebs muziekles van zijn vader. Na de dood van zijn moeder vertrok Johann Ludwig samen met zijn vader naar Buttstedt, waar zijn vader een aanstelling als organist had gekregen.

In juli 1726 werd Johann Ludwig Krebs leerling aan de Thomasschule in Leipzig. Hier leerde hij Johann Sebastian Bach kennen, die daar werkzaam was als cantor. Negen jaar lang was Krebs bevriend met Bach, daarnaast kreeg hij van Bach privéles orgel en kopieerde hij diens muziek.

Na de dood van Johann Sebastian Bach in 1750 probeerde Krebs tevergeefs om de opvolger van Bach te worden als cantor van de Thomaskerk in Leipzig. In 1756 werd Krebs organist aan het hof van Frederik III von Altenburg. Hij bleef deze functie tot zijn dood bekleden. Krebs overleed op nieuwsjaarsdag 1780. Hij liet zeven kinderen achter; zijn drie zonen werden ook musicus.

In zijn ‘Fantasia à gusto italiano’ horen we de uitkomende stem in de tenor. Het rustig gaande werk is, net als de tweede bewerking van Böhm in dit programma, gestoeld op een slepende pedaalpartij met veel repeterende noten. Het trio van Krebs ademt al een typisch na-Bachse, meer galante sfeer.

Georg Philipp Telemann

Op 14 maart 1681, dus een viertal jaren vóór J.S. Bach, werd Telemann geboren in Magdeburg als zoon van een predikant. Zowel in de lagere school te als op het gymnasium componeerde hij autodidactisch, met als enige muzikale vorming klavierles, motetten en kleine instrumentale werkjes. In Hildesheim moest hij de muziek van het Godehardiklooster organiseren: heimelijk stak hij cantates van eigen hand tussen de liturgische teksten. Na zijn gymnasium-tijd zou hij rechten gaan studeren in Leipzig. Onderweg daarheen ontmoet hij Händel in Halle. Na verscheidene dienstbetrekkingen komt in 1721 zijn definitieve doorbraak. Hij wordt de muzikale leider van de stad Hamburg. Als cantor van het Johanneum en als stedelijk muziekdirecteur moest hij ook de leiding van het Collegium Musicum op zich nemen. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor de kerkmuziek in de verschillende plaatselijke kerken. Ook naar de opera gaat zijn aandacht uit. In 1726 wordt hij kapelmeester in buitengewone dienst bij de markgraaf van Bayreuth. In 1728 richt Telemann samen met Johann von Gorner het muziektijdschrift "Der Getreue Musikmeister" op en enkele jaren nadien maakt hij grote reizen, ondermeer naar Parijs. Als componist was hij buitengewoon productief.