Concert 26 maart 2006

 

Mirjam van der Maas

Mirjam van der Maas, fluit

Tjalling Roosjen, orgel

 

PROGRAMMA

1 orgel

Johann Gottfried Walther

Partita: Jesu, meine Freude - Johann Gottfried Walther (1684-1748)

 

2 fluit en orgel

Les folies d’Espagne – Marain Marais (1656-1728)

 

3 fluit en orgel

  Johann Ludwig Krebs

Fantasia à 4 - Johann Ludwig Krebs (1713-1780)

 

4

Jesu, meine Freude - Johann Ludwig Krebs

Praeambulum supra Jesu, meine Freude (orgel)

Choral Jesu, meine Freude (orgel)

Jesu, meine Freude (fluit en obligaat orgel)

Jesu, meine Freude, pro Organo pleno (orgel)

Choral (alio modo) Jesu, meine Freude (orgel)

 

5 fluit

The Extatic Shepherd (1922) – Cyril Scott (1879-1970)

 

6 orgel

Jesu, meine Freude – Johann Sebastian Bach (1685-1750)

a.  BVW 753

b.  BWV 1105

 

7. fluit en orgel

Hallenser sonate I in a, HWV 374 – Georg Friedrich Händel (1685-1759)

-  adagio

-  allegro

-  adagio

-  allegro

 

Programmatoelichting

ZONDAG LAETARE

Vandaag is het in de kerkelijke traditie zondag Laetare, in het "midden" van de Veertigdagentijd, de voorbereidingstijd van Pasen. De kleur licht op van paars naar roze, de dienst begint met de antifoon naar het woord van Jesaja: "Verheug u met Jeruzalem, gij allen die haar liefhebt". Vervolgens zingt men psalm 122, één van de pelgrimspsalmen.

Het traditionele zondagslied voor deze dag Laetare is Jesu, meine Freude. Het Gesangbuch van Weimar uit 1713, waarmee ook Bach heeft gewerkt, geeft dit lied ook aan als een van de liederen voor Nieuwjaarsdag. De tekst is gaandeweg geëvolueerd uit voorgaande versies van wereldlijke aard, waarin men de zegeningen van het huwelijk of het verdriet over ongelukkige liefdes beschreef. De tekst van Johann Franck verscheen voor het eerst in 1653 in een uitgave van componist Johann Crüger. In een uitgave uit 1693 van diens "Praxis pietatis melica" lezen we in het voorwoord dat het lied dan al zeer populair is geworden. De oudere mensen vonden het eerst vervelend dat het in de kerk gezongen werd, "want zij hadden het in hun jeugd niet gehoord". Toen de hele gemeente het snel en vrolijk zong "hielden ze hun mond, ja kwamen er zelfs toe hun bril op te zetten om eens te kijken wat aan zulke liederen zo liefelijk en troostrijk was".

ORGELKORALEN

Diverse orgelkoralen over dit lied vormen de rode draad in dit concert. De Partita (reeks variaties) van Johann Gottfried Walther wordt vandaag zeer ingetogen gespeeld, veelal met een enkel register, als was het orgel een klavichord. Om voldoende verschillende klankkleuren te krijgen worden registers in hogere en lagere ligging gebruikt.

De bewerkingen van Johann Ludwig Krebs, de lievelingsleerling van Bach, zijn heel uiteenlopend van sfeer. Eerst een Praeambulum (voorspel) op de Open Fluit 4’, vervolgens het koraal met Cornet en Trompet. In de bewerking voor fluit en orgel (1743) is de hoofdrol voor de organist weggelegd: in het lichtvoetige trio wordt de melodie omspeeld en op gezette tijden worden de melodieregels geoctaveerd gefloten. Dan volgt een orgelkoraal voor het volle werk: de melodieregels worden doorgewerkt met voorimitaties in gebroken accoorden, steeds gevolgd door de melodie in het pedaal. De reeks wordt afgesloten met een vierstemmig koraal met doorgaande korte notenwaarden in de bas.

Het koraal van Bach (BWV 1105) uit de Neumeister-Sammlung is een koraalfantasie in miniatuur, met een zelfstandige verwerkingstechniek voor elke tekstregel, waarbij verschillende figuratiepatronen alsook echo- en dialoogtechnieken terug te vinden zijn.

FLUIT EN ORGEL

De overige werken in dit programma zijn zeer divers van sfeer. Uit de 32 delen tellende variatiereeks over het overbekende Les folies d’Espagne van Marain Marais voor gamba-solo, namen wij een aantal delen die op de fluit worden gespeeld, improviserenderwijs begeleid op orgel. De Fantasia van Krebs heeft de aanduiding " à 4 ". Boven een rustig gaande baspartij klinken drie gelijkwaardige stemmen in een galante stijl. Het werk van Cyrill Scott voor fluitsolo lijkt op papier een vreemde eend in de bijt; wij kozen het omdat het evenals het virtuoze werk van Marais een rustpunt kan zijn temidden van het overigens streng contrapuntische werk. Beide werken kunnen door hun herhalingen een ontspannen en welhaast hypnotiserende sfeer bewerkstelligen. Cyrill Scott was in zijn tijd in Engeland een invloedrijk componist, schrijver (m.n. over occultisme en gezondheid) en dichter. Het laatste programmaonderdeel vanmiddag is één van de drie Hallenser Sonaten van Händel in de bekende afwisseling van langzame en snelle delen.