Concert  23 april 2006

  Cees van der Poel – orgel

Jean Telder - cantor

Vespercantorij Raad van Kerken Soest 

 

Tjalling Roosjen - continuo

HET MAGNIFICAT

 

1 Magnificat secundi toni                                     Matthias Weckmann         (ca. 1616-1674)

a 5 – 2 Clav – a5 – a6                                                          

 

2 Magnificat primi toni                                          Leonhard Lechner             (ca. 1553-1606)

                                                                                                                                           

3 Magnificat tertii toni                                           Heinrich Scheidemann      (ca. 1595-1663)

1. versus Choral in basso                                                                  

2. versus Auff 2 Clavier

3. versus

4. versus Manualiter et Pedaliter

 

4 Magnificat: My soul doth magnify the Lord       Orlando Gibbons               (1583-1625)

                                                                                                                                           

5 Deutsches Magnificat (1657), SWV 426          Heinrich Schütz                 (1585-1672)

   Meine Seele erhebt den Herren                                                                             

 

6. Drie Magnificat-fuga’s                                     Johann Pachelbel             (1653-1706)

                                                                                                                                           

7 Magnificat in D                                                 Johann Pachelbel

 

8 Fuga sopra il Magnificat, BWV 733                 Johann Sebastian Bach  (1685-1750)                       

 

9 Magnificat in C                                                 Charles Villiers Stanford  (1852-1924)

                                                                                                                                           

programmatoelichting  

Sandro Filipepi Botticelli  ca. 1445-1510                                                   

- Annunciatie (de aankondiging van de geboorte van Jezus, Lucas 1

Het Magnificat, de lofzang van Maria volgens het Evangelie van Lucas, heeft componisten bezig gehouden van de Middeleeuwen tot heden, en velen van hen bij herhaling: Palestrina en Lassus schreven er maar liefst dertig, resp. honderd zettingen voor! De tekst is ontleend aan het eerste hoofdstuk van het Lucas-Evangelie waar de evangelist verhaalt hoe Elisabeth, zwanger van Johannes de Doper, haar eveneens zwangere nicht Maria begroet als 'moeder des Heren' waarop Maria een loflied aanheft dat we vinden in Lucas 1, vers 46-55.  In het Liedboek voor de Kerken (1973) is de berijmde versie opgenomen als gezang 66; zie ook de verwantschap met gezang 9, de lofzang van Hanna.

De cantica (schriftliederen) kan men zingen in de Vesper op de plaats waar in de hoofddienst in de ochtend het Credo gezongen wordt. De lofzangen van Maria, Simeon en Zacharias verwoorden de toewijding van de mens aan God, die zich aan hen openbaarde.

Het canticum ‘Magnificat’ (latijn: hij maakt groot, verheft)  is genoemd naar de  Latijnse aanvangszin ‘Magnificat Anima  mea dominum’ (‘ Mijn ziel  verheft de heer, en mijn geest verheugt zich over god, mijn Heiland’).

Deze door Maria  voorgedragen lofzang op de Heer wordt direct voorafgegaan door een bezoek aan haar  familielid Elisabeth, die wist dat Maria de moeder van Christus zou worden en de zwangere Maria prijst als ‘Moeder van de Heer’.

 

  Beato Angelico - Madonna

Tot de oudste meerstemmige Magnificat-composities behoren bijv. die van Dufay,  Dunstable, en  Palestrina. Daarop volgen Claudio Monteverdi’s zevenstemmig Magnificat uit de   ‘Mariavesper’, evenals later vooral  BWV 243  van Bach, dat behoort tot de mooiste scheppingen in dit genre. Na deze solistische, soms ook meerkorige concerterende Magnificat’s  liep tegen het einde  van de 18e eeuw het aantal Magnificat-composities terug. Algemeen bekend zijn nog de bewerkingen van  Mozart en Mendelssohn Bartholdy, evenals die uit de nieuwere tijd, bijv. van Vaughan Williams en Penderecki .

Voor het programma van vandaag kozen wij met name versies uit de tijd van late Renaissance en Barok.

 

Handschrift Matthias Weckmann

Matthias Weckmann is een belangrijke vertegenwoordiger van de Noord-Duitse orgelschool. Hij werd geboren in Thüringen, werkte aan het hof van Dresden en werd later in Hamburg leerling van Jacob Praetorius; de laatste was zelf een directe leerling van de Nederlandse ‘Organistenmacher’ Jan Pieterszoon Sweelinck.  Van 1655 tot zijn dood was Weckmann organist in de vermaarde Jacobikirche in Hamburg. Zijn Magnificat op de tweede toon telt vier verzen.

Begonnen wordt met een vijfstemmig deel met de melodie in lange notenwaarden in de tenor, vervolgens hoort u de melodie versierd in de sopraan, dan in de bas (pedaal) en vers vier is voor het volle werk met zesstemmige grepen.                  

 

Lechner werd geboren in Zuid-Tirol en zong als jongenssopraan aan de hofkapel van München, waar hij zijn opleiding genoot bij Orlando di Lasso. Na omzwervingen eindigde hij zijn carrière aan het hof van Stuttgart. Naast zijn Magnificat componeerde hij liederen en een passie. De tekst in het latijn wordt muzikaal doorgewerkt in een afwisseling van solo (gregoriaans) en meerstemmigheid.

 Heinrich Scheidemann

Scheidemann, die net als Weckmann in Hamburg werkte, kwam ook uit de Sweelinckschool en zou later grote invloed uitoefenen op de ontwikkeling van Buxtehude, die op zijn beurt model stond voor de ontwikkeling van de jonge Johann Sebastian Bach. Net als Weckmann schrijft ook Scheidemann vier verzen in zijn Magnificat III. Toni, eerst met de melodie in de bas, dan een zeer lang tweede vers met veel echo-effecten, zoals de leerlingen van Sweelinck van hun Amsterdamse meester geleerd hadden. Het derde vers is goeddeels manualiter en het laatste vers  geeft de melodie in lange notenwaarden in de bas.

Orlando Gibbons

De bewerking van Gibbons is een kleinood: de delen van de tekst worden aaneengesmeed, enkel met kleine cesuren of canon-achtige nieuwe aanzetten als markering van een volgende regel. Afsluitend klinkt het trinitatische ‘Glory be to the father…’, zoals gebruikelijk in de traditie van de Anglicaanse kathedrale muziek.

 

 

Heinrich Schütz

Schütz schreef liefst vier bewerkingen over het Magnificat, drie keer in het Duits en één keer in het  latijn. Het meest bekend is het Deutsches Magnificat, SWS 494; vanmiddag klinkt de gelijknamige versie (1657), SWV 426. Net als bij Lechner wordt de volgende tekstregel door muzikale overgangen gemarkeerd.

 

Johann Pachelbel

De Magnificat-fuga’s voor orgel van de Zuid-Duitser Pachelbel zijn lichtvoetige werken; hij schreef bijna honderd van deze bondige werkjes in alle modi (kerktoonsoorten). Ook voor koor putte hij zich uit en schreef liefst twaalf bewerkingen van het  Magificat. Zijn vandaag gezongen versie  kent spannende tempowisselingen. Bij de tekst ‘Fecit potentiam’ stralen de sopranen door de melodie hier in lange notenwaarden te geven boven bewegelijke overige stemmen.

Johann Sebastian Bach

De ‘Fuga sopra il Magnificat’ van Johann Sebastian Bach is gebouwd op het Duitse Magnificat-koraal ‘Meine Seele erhebt den Herren’. Bach toont hierin zijn onovertroffen meesterschap in het contrapuntisch bewerken van een thema. Eerst tegen  het einde klinkt het thema, in lange notenwaarden, in het pedaal.

Charles Villiers Stanford

Het Magnificat van Stanford, één van de vele bewerkingen in de Engels laatromantische traditie, is een werk van dynamische uitersten. In een vrijwel homofone compositie zingt het koor in laat-romantische stijl, ondersteund door een orgelpartij in wijde liggingen.

De Vespercantorij nam in 1999 dit stuk op voor de CD ‘Laat heel de aarde juichen’, een CD met kerkmuziek op en rond het Nijsse-orgel in De Open Hof te Soest.

Magnificat - Jenniver Bruski, Amerika 2005

Magnificat - Lorraine Sando, Amerika 2004